kaart locaties csg

Landelijke dekking Centrum Seksueel Geweld een feit

Vandaag heeft het Centrum Seksueel Geweld West en Midden Brabant zijn deuren officieel geopend in het Amphia Ziekenhuis in Breda. Hiermee beschikt het Centrum Seksueel Geweld (CSG) met 16 locaties nu over een landelijk dekkend netwerk. De eerste locatie werd zes jaar geleden geopend in het UMC Utrecht. Tot die tijd was de zorg en onderzoek voor acute slachtoffers van een aanranding of verkrachting versnipperd. Initiatiefnemers Iva Bicanic en Astrid Kremers introduceerden het concept waarin politie en (medische) hulpverlening samenwerken. Met hulp en financiering van Fonds Slachtofferhulp openden meer CSG locaties hun deuren en werd het landelijk telefoonnummer 0800-0188 gelanceerd, dat slachtoffers 24/7 gratis kunnen bellen. Inmiddels weten steeds meer slachtoffers de weg naar het Centrum Seksueel Geweld te vinden en kan het dit jaar rekenen op steun vanuit de gemeentes en de Rijksoverheid. Voor meer informatie zie www.centrumseksueelgeweld.nl

Iva Bicanic, landelijk coördinator Centrum Seksueel Geweld: “Nederland blijft – mede door #metoo – verbaasd reageren op onthullingen van seksueel geweld. Maar seksueel geweld bestaat in alle vormen en maten. Het kan iedereen overkomen. Belangrijk is dat áls het gebeurt, slachtoffers weten waar ze snel terecht kunnen voor goede hulp en onderzoek. In het Centrum Seksueel Geweld dus.”

kaart csg locatiesFonds Slachtofferhulp was betrokken bij de totstandkoming en uitrol van het Centrum Seksueel Geweld en betaalde tot 2018 de landelijke functies en campagnes met privaat geld. Nu alle locaties zijn geopend, gaat het CSG op eigen benen staan en kan het, na jarenlange lobby, in 2018 rekenen op steun van de gemeentes en de Rijksoverheid. Om die reden draagt Fonds Slachtofferhulp de werkzaamheden voor het CSG langzamerhand over.

Ineke Sybesma, directeur Fonds Slachtofferhulp: “Slachtoffers van seksueel geweld hebben recht op multidisciplinaire, deskundige hulp en onderzoek en daar hebben we ons de afgelopen jaren gezamenlijk heel hard voor gemaakt. Het is dan ook erg mooi om te zien dat het CSG zich hierdoor heeft kunnen ontwikkelen van kleinschalige innovatie tot een landelijk instituut dat niet meer weg te denken is uit onze samenleving en nu ook de steun krijgt die het verdient. Zo kunnen wij ons weer gaan richten op nieuwe projecten en innovaties ter verbetering van de positie van slachtoffers van seksueel geweld. En uiteraard blijven we nauw betrokken bij het CSG en het geweldige werk van Iva, Astrid en al hun collega’s in het land.”

Over het Centrum Seksueel Geweld

In alle 16 locaties van het Centrum Seksueel Geweld werkt een team van artsen, verpleegkundigen, politie, psychologen, maatschappelijk werkers en seksuologen samen om slachtoffers van aanranding en verkrachting de benodigde specialistische zorg en onderzoek te geven. Bij voorkeur binnen zeven dagen omdat dit de kans op medische en psychische problemen aanzienlijk verkleint. Ook is er meer kans om een dader te vervolgen als er binnen een week sporenonderzoek wordt gedaan. Door te bellen naar 0800-0188 kunnen slachtoffers van acuut seksueel geweld direct terecht op de dichtstbijzijnde CSG locatie. Voor meer informatie zie www.centrumseksueelgeweld.nl.

Laatste locatie Centrum Seksueel Geweld eind januari geopend

De regio West- en Midden-Brabant krijgt een Centrum voor Seksueel Geweld (CSG). In het Amphia Ziekenhuis gaat volgende maand een opvanglocatie van start.

Tot nu toe was de opvang van slachtoffers van seksueel geweld in deze regio versnipperd. Dat gebeurde bij Veilig Thuis, het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, of je kon je melden bij huisarts, politie of GGD.

Bij het Centrum voor Seksueel Geweld werken artsen, politie en hulpverleners met elkaar samen. Daardoor hoeven patiënten niet vaker dan nodig hun verhaal te doen en onderzoeken te ondergaan om sporen te verzamelen die als bewijs kunnen dienen.

,,Dat is belangrijke winst’’, zegt projectleider Gerrianne Rozema. ,,Nu krijgen slachtoffers die zich melden, te maken met zoveel instanties. Ze krijgen zo vaak die ene vraag voorgelegd: wat is er gebeurd? Dat is heel vervelend, zeker als zoiets je is overkomen.”

Negentig procent slachtoffers is vrouw

Het Centrum voor Seksueel Geweld gaat op 22 januari in het Amphia van start. Elders in Nederland bestaan al dergelijke centra. Het eerste werd in 2012 in Utrecht opgericht, inmiddels bestaan er 15. Vorig jaar melden zich 1.400 slachtoffers bij de centra. Negentig procent is vrouw, één op de drie is minderjarig.

Het werkelijke aantal slachtoffers ligt nog veel hoger, zegt klinisch psycholoog en initiatiefneemster van de centra, Iva Bicanic. Maar uit schaamte zwijgen veel slachtoffers. Dat bijna de helft van de mensen die zich wel meldt al vaker slachtoffer is geweest van seksueel geweld, verbaast haar niet.

,,Als je eenmaal slachtoffer bent geworden van aanranding of verkrachting, ga je anders reageren op prikkels. Zeker als je dat als kind is overkomen. Veel mensen ontwikkelen een negatief zelfbeeld. Dat maakt je kwetsbaar voor herhaling. Het is een van de grootste problemen in traumaland.”

Exacte locatie niet bekend

De exacte locatie van het centrum binnen het Amphia wordt niet bekendgemaakt. Het is namelijk niet de bedoeling dat iedereen er zomaar binnen kan lopen. Slachtoffers van seksueel geweld moeten het landelijke telefoonnummer 0800-0188 bellen en krijgen dan te horen waar ze naar toe kunnen. Het nummer is dag en nacht bereikbaar.

Om de kosten voor het CSG te drukken wordt straks zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het personeel in het Amphia en de expertise en inzet van de andere partners zoals Veilig Thuis. De jaarlijkse kosten voor het CSG bedragen zo’n 1,5 ton. Vanaf 2019 worden die betaald door de gemeenten in de regio.

Bron: BN De Stem

Videoclip tegen seksueel geweld: ”Als het jou overkomt”

Als onderdeel van de campagne tegen seksueel geweld, die Fonds Slachtofferhulp samen met het Centrum Seksueel Geweld voert, is op 16 oktober een videoclip gelanceerd. De videoclip ‘Als het jou overkomt’ is een bewerking van Lady Gaga’s ‘Til it happens to you’.

In het origineel, dat Gaga vorig jaar tijdens de Oscars lanceerde, onthult zij haar eigen ervaring met seksueel geweld. Haar taboedoorbrekende optreden is tot de dag van vandaag een voorbeeld voor vele anderen om over hun eigen ervaringen met seksueel geweld naar buiten te treden. Denk aan o.a. het Weinstein-schandaal dat in Hollywood speelt. Jennie Lena heeft op een indrukwekkende manier invulling gegeven aan de Nederlandse muziektrack. De beelden in de bijbehorende videoclip zijn confronterend, maar geven tegelijkertijd op een geloofwaardige manier de realiteit weer van zowel vrouwen als mannen, jong en oud, die te maken krijgen met seksueel geweld. Met de videoclip wil Fonds Slachtofferhulp samen met het CSG mensen bewust maken van de problematiek en tegelijkertijd laten zien dat deskundige hulp voorhanden is door 0800-0188 te bellen.

bel nummer CSG

Start campagne tegen seksueel geweld

Op 3 oktober 2017  start Fonds Slachtofferhulp samen met het Centrum Seksueel Geweld (CSG) een landelijke campagne tegen seksueel geweld. De gehele maand oktober staat op verschillende manieren in het teken van deskundige hulp via het Centrum Seksueel Geweld en het landelijke telefoonnummer 0800-0188 dat slachtoffers 24/7 kunnen bellen.

De campagne wordt afgetrapt met een special van weekblad VIVA waarin uitgebreid wordt stilgestaan bij de problematiek en de beschikbare hulp voor slachtoffers via het Centrum Seksueel Geweld.

In Nederland zijn jaarlijks 100.000 nieuwe slachtoffers van seksueel geweld te betreuren en wordt 1 op de 8 vrouwen ooit in haar leven verkracht. Hoewel de cijfers schrikbarend zijn en deskundige hulp voorhanden is, meldt slechts een heel klein percentage zich. Schaamtegevoelens, ‘victim blaming’, bekendheid met de dader waardoor beschuldiging erg lastig is of niet weten dat er hulp beschikbaar is, zijn belangrijke oorzaken om geen melding te doen. Terwijl deskundige hulp, bij voorkeur binnen zeven dagen na het incident, de kans op medisch en psychische problemen aanzienlijk verkleint. Bovendien vergroot dit de pakkans van de dader, doordat er dan nog sporenonderzoek kan worden gedaan.

‘Er zullen nooit rijen staan voor de deuren van het Centrum Seksueel Geweld’

Bron: www.trouw.nl
dinsdag 7 juni 2017

Verstop het niet, maar meld het als je verkracht bent. Dat is al twintig jaar de boodschap van Iva Bicanic. Woensdag kreeg ze de Jaap Christoffelspenning voor haar hulp aan misbruikte kinderen.

Er bestaan mannen die hun vingers in gaatjes stoppen waar ze niet mogen komen. Grote kans dat u na deze zin aarzelt of u dit artikel wel wilt lezen. Moet dat nou, zo expliciet? Onderzoeker en psycholoog Iva Bicanic (45) krijgt dat vaak te horen als zij over haar werk vertelt.

“Als ik expliciet over seksueel misbruik of kinderporno praat, zie ik de mensen tegenover me denken: gatver. Ze willen het liever niet weten. Artikelen over misbruik slaan ze over omdat ze er misselijk van worden. Dat 1 op de 8 vrouwen en 1 op de 25 mannen aangeeft ooit te zijn verkracht, vinden ze moeilijk te geloven.”

Misbruik maakt een soort afweer in de mens wakker, merkt Bicanic. Ze is des te gemotiveerder om het gesprek erover te openen. “Het wegkijken van de samenleving draagt eraan bij dat slachtoffers hun ervaringen wegstoppen. Dat de jongen die in de kleedkamer aangerand is, denkt dat het zijn eigen schuld is.”

De klinisch psycholoog werkt inmiddels twintig jaar met seksueel misbruikte kinderen en jongeren. Zij ontving woensdag de Jaap Chrisstoffels Penning, een belangrijke onderscheiding die om de twee jaar wordt uitgereikt aan een Nederlander die zich op een bijzondere manier inzet voor zorg aan getraumatiseerde kinderen.

Bicanic is de geestelijk moeder van vijftien centra voor acute hulp aan slachtoffers van seksueel geweld. In een Centrum Seksueel Geweld werken artsen, politie en psychologen met elkaar samen. Iedereen die korter dan een week geleden werd verkracht of aangerand, wordt opgevangen, onderzocht en verder begeleid.

“Het is mijn missie om de voordelen van snel melden over te brengen”, zegt Bicanic. “Er zullen nooit rijen staan voor de deuren van het Centrum Seksueel Geweld. Iemand die verkracht is, wil het liefste na een douche onder de dekens kruipen. Maar in de eerste week liggen unieke kansen die daarna verkeken zijn.”

Zo is het DNA van de dader nog op of in het lichaam te vinden. Kunnen geslachtsziektes en zwangerschap voorkomen worden. Kan een psycholoog een slachtoffer voorbereiden op het grote risico op een posttraumatische stress stoornis (PTSS). En op de verhoogde kans dat het slachtoffer door PTSS nog een keer een traumatische ervaring opdoet.

Bicanic hoort als coördinator van deze centra veel heftige verhalen. Daarnaast is ze ook hoofd van het landelijke traumacentrum voor kinderen en jongeren in het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Ligt ze niet vaak wakker? Ze schudt lachend haar hoofd. “Ik word juist vrolijk van het beter maken van mensen die beschadigd zijn.”

Optimistisch 
Als onderzoeker leest ze veel over nieuwe mogelijkheden in het behandelen van gevolgen van seksueel geweld. “Daar krijg ik zoveel kracht van. Ik zit op het puntje van mijn stoel om te weten wat er volgend jaar weer bekend is over trauma en herstel. Behandelaren zijn vertegenwoordigers van de hoop.”
Die optimistische houding houdt Bicanic overeind. Plus de krantenkoppen die haar werk urgent maken. Over kinderporno. Over misbruik in de sport. “Hoewel we nu zoveel meer weten over seksueel misbruik, blijft het voor een deel onontgonnen gebied. Er komen nieuwe vormen van misbruik bij, zoals sexting.”

Daar kan ze over piekeren: “Ik zie steeds vaker in de spreekkamer dat naaktfoto’s worden gebruikt als pressiemiddel om seks te hebben. Zo van: ik verwijder ze pas als je mijn vriend pijpt. Dat is een nieuwe vorm van seksueel geweld, waarnaar nog geen onderzoek is gedaan. Dat moet snel gebeuren om deze meisjes en jongens goed te helpen.”

Bicanic heeft zelf ook kinderen. Af en toe balanceert ze, juist door haar hoeveelheid kennis over misbruik, tussen goed voorlichten en niet bang maken. “Ik maak me geen illusies dat ik een andere moeder ben dan andere. Ik weet dat kinderen niet alles thuis vertellen, ook al heb je een goede band.” Ze is even stil. “Als ik toch een toverstokje had, dan zorgde ik ervoor dat alle kinderen opgroeien in een fijn gezin waar ze zich kunnen hechten. Waar geen dreiging en geweld is. Maar helaas gaat dat niet. Dus moeten we ervoor zorgen dat slachtoffers seksueel geweld niet in hun eentje hoeven te overwinnen.”

Eerste advies na verkrachting: niet douchen, maar melden

Bron: www.nrc.nl
woensdag 23 mei 2017

Elk jaar komen er 100.000 slachtoffers van seksueel geweld bij in Nederland. De eerste week na de verkrachting kunnen politie en behandelaars het meeste doen, zegt Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld.

Het Centrum Seksueel Geweld (CSG), dat hulp biedt aan slachtoffers van verkrachting en aanranding, heeft vorig jaar 1.945 mensen bijgestaan. Dat staat in het jaarverslag dat deze dinsdag wordt gepubliceerd. Het is de eerste keer dat CSG met cijfers komt van zijn vijftien locaties; tot voor kort was de hulp nogal versnipperd. Bij het CSG werken de forensisch arts, forensisch rechercheur, zedenrechercheur, arts en verpleegkundige onder één dak, waardoor een slachtoffer niet vaker dan nodig zijn verhaal hoeft te vertellen. Volgens het CSG is het aantal meldingen „slechts het topje van de ijsberg”. (NRC)

Een twintigjarig meisje ontmoet een bekende in de disco. Ze drinken een biertje, lachen veel, dansen een beetje en besluiten samen naar huis te gaan. Thuis bij de jongen slaat de sfeer om: de deur gaat op slot. Hij dringt aan op seks. Zij geeft haar grenzen duidelijk aan, maar hij luistert niet. De jongen trekt ruw aan haar broek uit, het meisje verstijft, zelfs schreeuwen lukt nu niet meer. Bij thuiskomst staat het meisje uren onder de douche: ze is verkracht.

Dagelijks vijf meldingen

Deze vorm van seksueel geweld heet date rape, zegt Iva Bicanic, landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) en werkzaam als klinisch psycholoog aan het UMC Utrecht. Afgelopen jaar meldden zich dagelijks minstens vijf slachtoffers van aanranding of verkrachting bij één van de vijftien locatie van het CSG, in totaal 1.945 personen over heel 2016. Daarvan ging het bij 833 slachtoffers om een aanranding of verkrachting korter dan een week geleden. Van deze „acute” slachtoffers is het merendeel vrouwen en eenderde is minderjarig. Dit staat in het jaarverslag Landelijk Netwerk Centrum Seksueel Geweld 2016 dat dinsdag wordt gepubliceerd. Het is de eerste keer dat het CSG de data van alle locaties heeft verzameld.

Tot vijf jaar geleden was de hulp voor acute slachtoffers van seksueel geweld versnipperd. Slachtoffers werden van plek naar plek gestuurd. De aangifte, sporenonderzoek, medicatie, controles op besmetting door een seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv en de latere psychische hulp: het werd allemaal op verschillende plaatsen aangeboden, zegt Bicanic. Dat werkte ontmoedigend en duurde vaak lang: „Slachtoffers haakten daardoor af.”

Alles onder één dak

De oplossing was een concept uit de Verenigde Staten en Scandinavië. Alle hulp werd in één centrum zoveel mogelijk onder één dak gebracht en bereikbaar via één telefoonnummer. De eerste vestiging met die formule opende vijf jaar geleden in Utrecht, over een paar maanden opent nummer zestien in Brabant. In het CSG werkt zo iedereen samen vanaf het moment dat een slachtoffer zich meldt: de forensisch arts, forensisch rechercheur, zedenrechercheur, een arts, een verpleegkundige, en een zorgprofessional voor de begeleiding.

Daardoor hoeft een slachtoffer niet vaker dan nodig het hele verhaal te vertellen en wordt gevraagd of zij aangifte wil doen. Na het sporenonderzoek en letselduiding volgt de acute medische zorg. Dit moet zo snel mogelijk gebeuren. Gedurende tenminste één maand wordt de patiënt gemonitord door een zorgprofessional. Als na vier weken het slachtoffer zich nog steeds heel slecht voelt – uit onderzoek blijkt dat 43% voldoet aan de diagnose post traumatische stressstoornis – wordt traumatherapie ingezet.

Nachtmerries

„Meestal zijn de patiënten dan nog heel angstig”, zegt Bicanic. Ze zijn rillerig en hebben nachtmerries.”

Het is heel belangrijk dat een slachtoffer zich zo snel mogelijk na seksueel geweld meldt bij het CSG, zegt de klinisch psycholoog. Want: snelle aanpak voorkomt medische en psychische problemen. En de politie kan sporen op of in het lichaam (mond, anus of vagina) alleen in de eerste zeven dagen na een incident veilig stellen. Bicanic: „Dat is één van de dingen die we zeggen als een slachtoffer ons vlak na een incident opbelt. Poets je tanden niet en ga niet onder de douche.”

Maar de realiteit is vaak anders, weet Bicanic. „Veel slachtoffer stappen na een incident gelijk onder de douche.” Ze wassen hun kleding of gooien die weg en bellen weken, soms jaren, later pas naar het Centrum Seksueel Geweld. Of erger nog: ze bellen helemaal niet. De 1.945 personen die zich afgelopen jaar meldden bij het CSG zijn slechts een fractie van het werkelijke aantal slachtoffers dat rondloopt in Nederland. Elk jaar komen er 100.000 slachtoffers van seksueel geweld bij in Nederland, volgens Bicanic.

Wraak

De meesten daarvan vertellen hun verhaal een half jaar lang aan niemand. Ze verzwijgen het uit angst voor wraak van de dader of uit schaamte. Ze denken dat vrienden of familie hun verhaal niet geloven. Of ze „labelen” het incident zelf nog niet als seksueel geweld, zegt Bicanic, terwijl het lichaam dat wel doet. Veel slachtoffers leggen de fout bij zichzelf. Ze denken dat ze de verkrachting of aanranding zelf hebben uitgelokt. En als tijdens de verkrachting het lichaam verstarde, denken ze achteraf: ‘ik heb me niet eens verzet’. „Maar”, zegt Bicanic, „het is bekend dat niets doen tijdens een verkrachting normaal slachtoffersgedrag is in zo’n levensbedreigende situatie. De schuld ligt bij de dader.”

Willianne is als kind seksueel misbruikt. Dat durfde ze toen tegen niemand te zeggen. Pas na een tijd begon ze erover te praten.

Willianne vertelt: ‘Ik werd als kind misbruikt’

NOS Jeugdjournaal
14 november 2016

Willianne is als kind seksueel misbruikt. Dat durfde ze toen tegen niemand te zeggen. Pas na een tijd begon ze erover te praten.

Nu vertelt ze haar verhaal, omdat ze het een belangrijk onderwerp vindt. Ook hoopt ze dat kinderen die iets naars overkomt, zo makkelijker iemand in vertrouwen nemen. Want blootfoto’s maken, een kind aanraken op plekken waar hij of zij dat niet wil, of seks hebben met een kind is verboden.

Centrum Seksueel Geweld

Kinderen die te maken hebben met seksueel misbruik kunnen terecht bij Centrum Seksueel Geweld. Daar is alle hulp die een kind nodig heeft op één plek. Het telefoon nummer is 0800-0188.

In de uitzending legt Iva Bicanic uit hoe het Centrum Seksueel Geweld kinderen helpt na een aanranding of verkrachting.

Bekijk hier de uitzending.

 

fier glossy

Aangerand of verkracht? Zoek binnen 7 dagen professionele hulp.

Fier Magazine
2016

Zoek binnen zeven dagen nadat je bent aangerand of verkracht professionele hulp. Binnen deze tijd heb je als slachtoffer namelijk de beste kansen. Op psychisch herstel, op het voorkomen van
zwangerschap en geslachtsziekten en op het veilig stellen van sporen. Iva Bicanic, landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld, wil dat we het allemaal weten: zeven dagen.

Lees hier het artikel als PDF

bel nummer CSG

Bijna helft van verkrachtingsslachtoffers eerder misbruikt of mishandeld

Centrum Seksueel Geweld wil herhaling voorkomen met snelle aanpak

Nieuwe cijfers van het Centrum Seksueel Geweld locatie Utrecht laten zien dat bijna de helft van de 300 mensen die zich daar binnen 1 week na het meemaken van een aanranding of verkrachting meldden, al eerder seksueel geweld en/of mishandeling heeft meegemaakt. De bevindingen zijn in lijn met resultaten uit buitenlands onderzoek en met de praktijk van de 11 andere locaties. Het Centrum Seksueel Geweld wil de kans op herhaling verkleinen. Daarom werken (medische) hulpverleners en politie zo snel mogelijk na het seksueel geweld samen.

Seksueel geweld en de directe gevolgen daarvan vergroten de kans op een volgend slachtofferschap, zo blijkt uit eerdere studies. Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) speelt daarin een belangrijke rol. De kans is 45% dat iemand zes maanden na het meemaken van een verkrachting PTSS krijgt. Mannen hebben zelfs een grotere kans. Daarom richt het Centrum Seksueel Geweld zich onder andere op het voorkomen, dan wel het direct behandelen van PTSS.

Sommige mensen beschuldigen zichzelf, krijgen de schuld van wat er is gebeurd of schamen zich zo dat ze geen of verlaat hulp zoeken. Vaak is het dan te laat met als gevolg psychische problemen, zoals PTSS. Dr. Iva Bicanic, landelijk coördinator Centrum Seksueel Geweld: “PTSS maakt je kwetsbaarder voor herhaald slachtofferschap. Met de aanpak in het Centrum Seksueel Geweld beogen we die kans op herhaling te verkleinen. Met name voor de 62.000 jongeren die jaarlijks voor het eerst seksueel geweld meemaken is het Centrum Seksueel Geweld eerste keus om ervoor te zorgen dat het bij die ene keer blijft. Dat gebeurt door het ontstaan van psychologische en lichamelijke problemen te helpen voorkomen, of door problemen die er al zijn te behandelen. Het goede nieuws is dat we voor PTSS effectief bewezen behandelingen hebben. Zonder PTSS, is de kans kleiner dat je nog een keer seksueel geweld meemaakt.”

Samenwerking met politie
Het Centrum Seksueel Geweld bestaat vanaf volgend jaar uit 16 centra door het hele land. Het Centrum Seksueel Geweld is 24/7 geopend voor acute en specialistische zorg aan slachtoffers van aanranding of verkrachting op één adres.

Bij elk Centrum Seksueel Geweld werkt een team van artsen, verpleegkundigen, politie, psychologen, maatschappelijk werkers en seksuologen samen om slachtoffers van aanranding en verkrachting specialistische zorg te geven. Bij voorkeur binnen zeven dagen, omdat dit de kans op medische en psychische problemen aanzienlijk verkleint. Ook heeft de politie veel meer kans om een dader te vinden, als er binnen een week sporenonderzoek wordt gedaan.

Walter van Kleef, landelijk Programmamanager Zeden bij de politie: “Het fenomeen herhaald slachtofferschap herkennen we. We hopen dat mensen zich bij ons blijven melden als hen dit overkomt. Voor hen hebben we dezelfde aanpak als voor ieder ander slachtoffer dat bij ons binnenkomt. We willen een veilige setting creëren zonder oordeel, met als doel: waarheidsvinding. Acute zaken die bij ons binnenkomen worden ook vanuit de politie doorgezet naar het Centrum Seksueel Geweld. Wij geloven dat goede hulpverlening helpt bij traumaverwerking en het voorkomen van herhaald slachtofferschap.”

Campagne #belsnel 0800 0188
Vanaf 14 september voert het Centrum Seksueel Geweld twee weken lang campagne. Doel van deze campagne is het vergroten van de bekendheid van het CSG en het telefoonnummer 0800 0188 in heel Nederland, zodat slachtoffers de juiste hulp goed weten te vinden in de acute fase. Snelle zorg verkleint de kans op medische en psychische problemen aanzienlijk en daarmee ook de kans dat iemand opnieuw slachtoffer wordt.

De campagne wordt gefinancierd door het Fonds Slachtofferhulp. Zie hier al het campagnemateriaal. De campagne is mogelijk gemaakt door grotendeels gesponsorde bijdragen van mediapartners: Itch Creative Studio, SKY Radio Group, Carat, CS Digital Media, Boomerang, Bratpack en Rightbrained.

www.centrumseksueelgeweld.nl

Aanvullende berichten uit de media
– Artikel NOS: Helft slachtoffers verkrachting eerder misbruikt
– NOS nieuws: Uitzending 14 septemver 2016
– NPO Radio 1: Iva Bicanic over de campage van het Centrum Seksueel Geweld
– Linda: Helft verkrachtingsslachtoffers al eerder misbruikt
– NRC: ‘Slachtoffers verkrachting zijn vaak eerder misbruikt’
– EditieNL: Verkracht? Kans op herhaling is 50%
– NOS: ‘Als je bent verkracht, denk je dat zwijgen het beste is’

 

 

Je zult het wel zelf hebben uitgelokt

Margriet
Juli 2016

Seksueel geweld komt veel vaker voor dan je denkt. Toch is erover praten  nog altijd een groot taboe, terwijl juist dát het verwerkingsproces enorm  kan versnellen. Twee slachtoffers vertellen over de impact van seksueel geweld op hun leven. Wat kan er worden verbeterd aan de hulpverlening?

Lees meer