Scenes uit BNN serie ‘Verkracht of niet’

Afgelopen November zond BNN de serie ‘Verkracht of niet’ uit. (Bron: BNNVARA)

Geraldine Kemper en Tim Hofman kijken in elke aflevering met een panel van veertien jongeren naar op waarheid geïnspireerd drama.

Wanneer is seksueel gedrag acceptabel en waar ligt de grens? Wilden ze dit allebei wel of werd een van beiden onder druk gezet? Heeft er iemand spijt en wat betekent dat dan? Deze vragen staan centraal in de discussie tussen 7 meisjes en 7 jongens in een villa in Baarn.

De uitzendingen zijn tot stand gekomen met medewerking van Centrum Seksueel Geweld, het OM, de Politie, enkele advocaten, Rutgers en Slachtofferhulp. Zij waren onder andere betrokken bij de keuze van de verhalen en de discussies in het huis.

Twee van de scenes zijn opgenomen bij de Centrum Seksueel Geweld vestiging CSG Noord-Holland.

 

Via bovenstaande player is de scene te bekijken waarin wordt ingegaan op het informatief gesprek met het slachtoffer.

De scene waarin het sporenonderzoek wordt getoond is hier te bekijken.

 

© BNNVARA Juni 2018

 

 

 

Artikel in het AD: Vrouwen zoeken vaker én eerder hulp na verkrachting

Op AD.nl aandacht voor het Centrum Seksueel Geweld in een artikel van David Bremmer:

 

Vrouwen zoeken vaker én eerder hulp na verkrachting

Slachtoffers van aanranding en verkrachting zoeken steeds vaker én sneller hulp. Mede door alle publiciteit rond het #MeToo-schandaal kregen de vijftien Nederlandse rape centers vorig jaar een derde meer aanloop…

Lees het volledige artikel op AD.nl

 

Datum: 25 – 06 – 2018

Tekst: David Bremmer

Beeld: Uit een video van het Fonds Slachtofferhulp over seksueel geweld. © Fonds Slachtofferhulp

jaarverslag van het centrum seksueel geweld

Stijging cijfers van het Centrum Seksueel Geweld

Persbericht 25 juni 2018

Stijging cijfers van het Centrum Seksueel Geweld  

Uit het jaarverslag van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) blijkt dat acute slachtoffers van aanranding en verkrachting zich in toenemende mate bij het CSG melden. Vergeleken met 2016 is er in 2017 sprake van een stijging van 33%. Vorig jaar meldden zich gemiddeld 3 acute slachtoffers per dag, waaronder 1 kind. 8% van de slachtoffers zijn jongens en mannen.

Sinds januari bestaat het Centrum Seksueel Geweld (CSG) in 16 regio’s. Het is dé plek voor kinderen en volwassenen die korter dan 7 dagen geleden een aanranding of verkrachting hebben meegemaakt. In deze periode – ook wel de gouden week genoemd – liggen kansen op medisch, forensisch en psychologisch vlak. Door de nauwe samenwerking in het CSG tussen politie, (forensisch) artsen, verpleegkundigen en psychologen worden deze kansen optimaal benut. Slachtoffers die geen contact met politie willen kunnen ook in het CSG terecht, net als mensen die langer dan 7 dagen geleden zijn misbruikt. In 2017 meldden zich 1103 acute slachtoffers en 1521 niet-acute slachtoffers, met een piek in oktober tijdens #Metoo en de campagne periode.

Iva Bicanic, landelijk coördinator: “De neiging van slachtoffers is om direct na een aanranding of verkrachting te gaan douchen en erover te zwijgen. Ze hebben vaak last van angst, schuld en schaamte en beseffen zich mogelijk onvoldoende dat er in die eerste week kansen liggen voor hun gezondheid, de verwerking en het doen van aangifte. Onze schatting is dat wij nu maar 2% van het totaal aantal acute slachtoffers zien. Het is belangrijk dat meer mensen ons weten te vinden. Elk CSG is 24/7 bereikbaar via het gratis nummer 0800-0188. Zo kunnen we slachtoffers in een vroeg stadium helpen. Hulp binnen zeven dagen verkleint de kans op medische en psychische problemen”.

Yet van Mastrigt, zedenexpert bij het Landelijk Programma Zeden, Kinderpornografie, Kindersekstoerisme, is het eens met Bicanic over de voordelen van snel melden: “De politie heeft veel meer kans om bewijsmateriaal te vinden als er binnen een week sporenonderzoek wordt gedaan. Bij de helft van de acute slachtoffers in het CSG doen we forensisch-medisch onderzoek met als doel sporen veiligstellen en letselduiding”.

Het eerste CSG is begin 2012 opgericht. Sindsdien zijn er steeds meer regionale samenwerkingsverbanden opgericht met financiering van het Fonds Slachtofferhulp, de gemeenten, de (lagere) overheden en regionale samenwerkingspartners. Begin 2018 is het laatste CSG geopend, waarmee de landelijke uitrol naar 16 regio’s compleet is.

Einde persbericht

Voor het jaarverslag: https://www.centrumseksueelgeweld.nl/over-ons/jaarverslag2017/

Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met: 

Iva Bicanic, landelijk coördinator

i.a.e.bicanic@umcutrecht.nl

088-7554113

 

Cijfers Centrum Seksueel Geweld in LINDA. April 2018

(Bron: LINDA.)

‘TIJD VERSPILLEN IS GEEN OPTIE’

Sinds Iva Bicanic bij een keuzevak aan de VU hoorde wat seksueel geweld met kinderen doet, zet de klinisch psycholoog en bewegingswetenschapper zich vol in voor slachtoffers. Als initiatiefnemer en coördinator van het Centrum Seksueel Geweld bijvoorbeeld, waar slachtoffers in zestien regio’s terecht kunnen. Ook werkt ze als therapeut, docent en onderzoeker. Rond #MeToo was Bicanic als deskundige veel in de media.

‘Ik heb er dubbele gevoelens bij. Aan de ene kant ben ik blij dat het onderwerp bespreekbaar is gemaakt en slachtoffers durven op te staan om hun verhaal te doen. Aan de andere kant heeft de discussie niet laten zien hoe omvangrijk en schadelijk seksueel misbruik is. Een ander minpunt is dat vooral één bepaalde groep in het nieuws kwam: volwassenen die bij elkaar over de grens gaan, vaak in werk- en uitgaansituaties. Slachtoffers onder kinderen, allochtonen, mannen en LHBT’ers zijn nauwelijks in beeld gebracht.’

‘#MeToo heeft zelfs geleid tot suïcidepogingen’

‘Ook was de discussie voor veel patiënten moeilijk. De meesten proberen alles te vermijden wat ze herinnert aan het misbruik, maar dat was onmogelijk toen #MeToo zo actueel was. Voor deze mensen liep de spanning behoorlijk op. Dat heeft zelfs geleid tot suïcidepogingen. Mensen die in de media hun verhaal doen, worden ‘moedig’ genoemd. Alsof de andere slachtoffers dat niet zouden zijn. Voor sommigen is dat kwetsend, vertellen ze me. Voor hen is zwijgen vaak de enige manier om te kunnen functioneren.’

Kregen jullie meer aanmeldingen bij de Centra Seksueel Geweld sinds #MeToo? ‘Ja en nee. Er hebben zich wel meer slachtoffers gemeld die jaren geleden zijn misbruikt en dat nu eindelijk durfden te melden. Maar voor recente slachtoffers lijkt de drempel om zich te melden helaas even hoog gebleven. Al met al vind ik dat we er met #MeToo niet in zijn geslaagd om duidelijk te maken hoe ernstig seksueel misbruik is. In omvang en in impact. Het maakt levens kapot.’

Hoe ben je gegrepen door het onderwerp seksueel geweld? ‘Ik wilde eerst kinderarts worden. Maar ik werd drie keer uitgeloot bij geneeskunde. Ik besloot bewegingswetenschappen te doen. Ik volgde een keuzevak kindermishandeling en seksueel misbruik, gegeven door de hoogleraren Francien Lamers-Winkelman en Herman Baartman. Al bij het eerste college voelde ik een sterke aantrekkingskracht tot het onderwerp. Ik ben zelf beschermd opgevoed en de verhalen die ik hoorde grepen me aan. Tegelijk voelde ik een motivatie om iets te gaan doen. Het werd een fascinatie: vanaf deze colleges las ik álles over het onderwerp. En ik liep stage bij Francien. Zij is een grote inspiratiebron voor mij geweest.’

Wat heb je van haar geleerd? ‘Ik vind dat ze me in mijn vak heeft opgevoed. Dat is niet overdreven: uiteindelijk heb ik bijna tien jaar voor haar gewerkt en heeft ze veel invloed gehad op hoe ik nu zelf werk. Mensen die haar kennen, valt het op dat ik op dezelfde manier redeneer als zij.

‘Ze heeft me vooral geleerd echt achter slachtoffers te staan. Francien ging daar nog veel verder in dan ik: zij heeft voor haar patiënten rechtszaken geriskeerd. Ook leerde ze me om directief te zijn, zowel in gesprekken met slachtoffers als professionals. Je moet zorgen dat slachtoffers de hulp krijgen die ze nodig hebben om te herstellen. Tijd verspillen is geen optie: ook al gaat het om een gevoelig onderwerp, om de zaken heen draaien kan niet. Veel professionals weten niet dat een onbehandeld trauma het risico op herhaling verhoogt.

‘Ik heb geen lezing gemist, wilde alle kennis opslurpen’

‘Francien bood me ook veel kansen. Na mijn stage bij haar kreeg ik een onbetaalde werkervaringsplek. Als vergoeding mocht ik jaarlijks naar een congres over kindermishandeling in San Diego, Californië. Alle onderzoekers van wie ik artikelen had bestudeerd, kwamen daar. Ik heb geen lezing gemist, wilde alle kennis opslurpen. Daar is het idee achter het huidige Centrum Seksueel Geweld ontstaan: één locatie waar medische, forensische en psychologische disciplines nauw samenwerken. Dat soort centra hadden ze in San Diego al. Die beginperiode is bepalend geweest voor de rest van mijn loopbaan.’

Inmiddels ben je ruim twintig jaar verder. Hoe verklaar je dat je je nog steeds zo vol voor dit onderwerp inzet? ‘Als je – zoals ik – dagelijks ziet hoe misbruik levens kapotmaakt, dan voel je de noodzaak om bezig te blijven. In die zin voel ik me wel op een missie. Daarbij is mijn werk aantrekkelijk door de veelzijdigheid ervan en krijg ik er veel voor terug. Patiënten helpen herstellen en vakgenoten inspireren met kennis, dat stemt me vrolijk.

‘Daarnaast ben ik ook iemand met veel enthousiasme en passie. Daarin lijk ik op mijn vader. Hij deed als natuurkundige iets heel anders, maar ook hij was verliefd op zijn vak. Hij doceerde aan de universiteit én organiseerde congressen, leidde jonge mensen op, deed onderzoek en schreef publicaties.’

Ook jij combineert verschillende functies, én je bent heel actief op social media. Hoe doe je dat? ‘Dat is best lastig. Nu ik regelmatig in de media ben, word ik door sommige mensen gezien als een spokeswoman voor slachtoffers van misbruik. Ik krijg dagelijks berichtjes via Twitter of LinkedIn van mensen die vragen stellen of hun persoonlijke verhaal willen delen. Te veel om in één werkdag te beantwoorden.

‘Sinds het overlijden van mijn vader ben ik meer bij mijn gezin en vrienden’

‘Ik was al enige tijd bewust mijn focus op werk aan het verminderen. Het overlijden van mijn vader in februari heeft dat veranderproces verder versterkt. Werk moet zinvol zijn, maar het moet me niet volledig in beslag nemen. Ik ben nu meer bij mijn gezin en vrienden. De balans blijft wel een uitdaging. Als mensen mijn hulp vragen, vind ik het moeilijk om nee te zeggen. Hun vertrouwen is vaak al aangetast door het misbruik. En ik zal de laatste zijn om het verder te beschadigen.’ 

Wat zijn je toekomstplannen? ‘Ik wil allereerst zorgen dat er structurele financiering komt voor de landelijke kosten van het Centrum Seksueel Geweld. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie geeft subsidie voor 2018, maar ook daarna blijft het hard nodig. Daarnaast wil ik graag verder met onderzoek. Belangrijk, omdat bij zo’n dertig procent van de slachtoffers de huidige traumabehandeling niet aanslaat.

‘Ook wil ik verder gaan met waar ik in San Diego mee begonnen ben: van andere landen leren over de aanpak van seksueel geweld. Ik denk aan een sexual assault tour door Europa, om te inventariseren hoe disciplines daar met elkaar samenwerken en wat ze doen aan preventie en behandeling. Dat lijkt me erg inspirerend. Die good practices kan ik dan meenemen naar Nederland. Voor het Centrum Seksueel Geweld was Californië een belangrijk voorbeeld, net als trouwens Scandinavië, maar ook van andere landen kunnen we nog veel leren.’


> Subsidie gezocht 
Om haar sexual assault tour te kunnen financieren, zoekt Iva Bicanic subsidiegevers. Wil je de zorg voor slachtoffers in Nederland helpen verbeteren met inspiratie uit het buitenland? Neem dan contact met haar op: i.a.e.bicanic@umcutrecht.nl.

CV Iva Bicanic

Iva Bicanic (1972) studeerde bewegingswetenschappen en psychologie aan de VU. Nu is ze klinisch psycholoog en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ook is ze landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld: waar slachtoffers direct na het misbruik terecht kunnen op zestien locaties in Nederland. Politie, verpleegkundigen, artsen en psychologen werken er nauw samen. Daarnaast promoveerde Bicanic in 2014 op het onderwerp verkrachting.

Tijdens de #MeToo-discussie was Bicanic veel in het nieuws, om vooroordelen over misbruik aan te kaarten en uit te leggen wat seksueel geweld met slachtoffers doet. Zo was ze te zien in het BNN-programma Verkracht of niet? en verschillende radioprogramma’s en talkshows.

1984 Stedelijk Gymnasium te Nijmegen |1991 Geneeskunde aan de Universiteit Leuven | 1992 bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam | 1998-2002: psychologie aan de VU | 1995 stage, werkervaringsplek en in 2003 psychomotorisch therapeut bij het Kinder- en Jeugd Traumacentrum van Francien Lamers-Winkelman in Haarlem | 2003 in opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog aan de afdeling Medische Psychologie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis | 2006 behandelaar in het Landelijk Psychotraumacentrum, vanaf 2011 hoofd | 2014 PhD behaald aan de Universiteit Utrecht: Psychobiological correlates of rape in adolescent girls | 2012-heden: landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld | 2016 opleiding tot specialist klinisch psycholoog afgerond | 2017 onderscheiden met de Jaap Chrisstoffels Penning voor haar inzet voor getraumatiseerde kinderen.

Lees het hele artikel hier.

Iva Bicanic over victim blaming

Iva Bicanic geeft uitleg over Victim Blaming

Tekst: Iva Bicanic

 

Zwijgen

Het is best zeldzaam als iemand je uit zichzelf toevertrouwt dat zij of hij te maken heeft gehad met seksueel geweld. De meeste mensen die seksueel misbruikt zijn, stoppen namelijk hun herinneringen weg en delen hun verhaal niet uit angst, schuld en schaamte. Ze zijn vaak bang dat de omgeving hen anders gaat behandelen, waardoor relaties of vriendschappen veranderen. Mensen hebben behoefte aan erkenning voor wat ze doorstaan hebben, maar willen niet gezien worden als zielig slachtoffer.

 

Moeten slachtoffers vertellen?

In de #metoo periode leek het alsof iedereen met zijn of haar ervaringen naar buiten moest komen, en alsof slachtoffers die durven te praten sterker of moediger zijn dan mensen die er niks over zeggen. Maar uit onderzoek blijkt dat het niet per se beter gaat met mensen die openlijk verteld hebben over het misbruik vergeleken met mensen die zwijgen. Vertellen kan helpend zijn, als je een steunende reactie krijgt van je omgeving. Maar als je na een onthulling de schuld in de schoenen geschoven krijgt (victim blaming) of niet geloofd wordt of andere negatieve reacties krijgt, dan kan dat juist schadelijk zijn voor het slachtoffer. Dat is bijvoorbeeld het geval als de ‘ontvanger’ van de boodschap helemaal niks zegt, wegkijkt of snel van onderwerp verandert om het gesprek te ontlopen.

 

Ik geloof je

De grootste behoefte na een onthulling is steun en geloofd worden. Laat daarom als ontvanger weten dat je het naar vindt voor de ander, zie het delen als een uiting van vertrouwen en vraag wat je voor de persoon kunt doen of betekenen. Jouw reactie voorspelt in belangrijke mate hoe iemand herstelt van ervaringen met seksueel misbruik. In het geval van psychische klachten als gevolg van de traumatische ervaringen, kun je helpen bij het zoeken naar traumabehandeling zoals EMDR of cognitieve gedragstherapie. Bij lichamelijke klachten kan de huisarts het beste worden ingeschakeld. In geval van acuut seksueel geweld, korter dan één week geleden, dan kan het Centrum Seksueel Geweld worden gebeld. Daar werkt de politie samen met verpleegkundigen, artsen en psychologen om sporen veilig te stellen en acute medische en psychologische zorg te geven. Ook als iemand geen contact wenst met politie, is het Centrum Seksueel Geweld de aangewezen plek voor slachtoffers van een recente aanranding of verkrachting. Via het gratis nummer 0800-0188 word je verwezen naar één van de 16 locaties verspreid over het land.

 

Zelf vragen

Sommige mensen vinden het ‘not done’ om rechtstreeks te vragen naar negatieve, seksuele ervaringen. Persoonlijk denk ik dat het OK is als mensen binnen een vriendschap of een relatie elkaar bevragen over ervaringen met seksueel geweld. Na #metoo kan niemand er meer omheen dat seksueel geweld bestaat. Maar je mag natuurlijk altijd nee antwoorden op de vraag, ook als het eigenlijk ja is. Iedereen heeft tenslotte recht op een geheim. Maar als je de vraagt stelt, wees dan oprecht bereid om te geven wat iemand zelf nodig heeft en om niet te oordelen. Want slachtoffers veroordelen zichzelf al meer dan goed voor ze is.

kaart locaties csg

Landelijke dekking Centrum Seksueel Geweld een feit

Vandaag heeft het Centrum Seksueel Geweld West en Midden Brabant zijn deuren officieel geopend in het Amphia Ziekenhuis in Breda. Hiermee beschikt het Centrum Seksueel Geweld (CSG) met 16 locaties nu over een landelijk dekkend netwerk. De eerste locatie werd zes jaar geleden geopend in het UMC Utrecht. Tot die tijd was de zorg en onderzoek voor acute slachtoffers van een aanranding of verkrachting versnipperd. Initiatiefnemers Iva Bicanic en Astrid Kremers introduceerden het concept waarin politie en (medische) hulpverlening samenwerken. Met hulp en financiering van Fonds Slachtofferhulp openden meer CSG locaties hun deuren en werd het landelijk telefoonnummer 0800-0188 gelanceerd, dat slachtoffers 24/7 gratis kunnen bellen. Inmiddels weten steeds meer slachtoffers de weg naar het Centrum Seksueel Geweld te vinden en kan het dit jaar rekenen op steun vanuit de gemeentes en de Rijksoverheid. Voor meer informatie zie www.centrumseksueelgeweld.nl

Iva Bicanic, landelijk coördinator Centrum Seksueel Geweld: “Nederland blijft – mede door #metoo – verbaasd reageren op onthullingen van seksueel geweld. Maar seksueel geweld bestaat in alle vormen en maten. Het kan iedereen overkomen. Belangrijk is dat áls het gebeurt, slachtoffers weten waar ze snel terecht kunnen voor goede hulp en onderzoek. In het Centrum Seksueel Geweld dus.”

kaart csg locatiesFonds Slachtofferhulp was betrokken bij de totstandkoming en uitrol van het Centrum Seksueel Geweld en betaalde tot 2018 de landelijke functies en campagnes met privaat geld. Nu alle locaties zijn geopend, gaat het CSG op eigen benen staan en kan het, na jarenlange lobby, in 2018 rekenen op steun van de gemeentes en de Rijksoverheid. Om die reden draagt Fonds Slachtofferhulp de werkzaamheden voor het CSG langzamerhand over.

Ineke Sybesma, directeur Fonds Slachtofferhulp: “Slachtoffers van seksueel geweld hebben recht op multidisciplinaire, deskundige hulp en onderzoek en daar hebben we ons de afgelopen jaren gezamenlijk heel hard voor gemaakt. Het is dan ook erg mooi om te zien dat het CSG zich hierdoor heeft kunnen ontwikkelen van kleinschalige innovatie tot een landelijk instituut dat niet meer weg te denken is uit onze samenleving en nu ook de steun krijgt die het verdient. Zo kunnen wij ons weer gaan richten op nieuwe projecten en innovaties ter verbetering van de positie van slachtoffers van seksueel geweld. En uiteraard blijven we nauw betrokken bij het CSG en het geweldige werk van Iva, Astrid en al hun collega’s in het land.”

Over het Centrum Seksueel Geweld

In alle 16 locaties van het Centrum Seksueel Geweld werkt een team van artsen, verpleegkundigen, politie, psychologen, maatschappelijk werkers en seksuologen samen om slachtoffers van aanranding en verkrachting de benodigde specialistische zorg en onderzoek te geven. Bij voorkeur binnen zeven dagen omdat dit de kans op medische en psychische problemen aanzienlijk verkleint. Ook is er meer kans om een dader te vervolgen als er binnen een week sporenonderzoek wordt gedaan. Door te bellen naar 0800-0188 kunnen slachtoffers van acuut seksueel geweld direct terecht op de dichtstbijzijnde CSG locatie. Voor meer informatie zie www.centrumseksueelgeweld.nl.

Laatste locatie Centrum Seksueel Geweld eind januari geopend

De regio West- en Midden-Brabant krijgt een Centrum voor Seksueel Geweld (CSG). In het Amphia Ziekenhuis gaat volgende maand een opvanglocatie van start.

Tot nu toe was de opvang van slachtoffers van seksueel geweld in deze regio versnipperd. Dat gebeurde bij Veilig Thuis, het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, of je kon je melden bij huisarts, politie of GGD.

Bij het Centrum voor Seksueel Geweld werken artsen, politie en hulpverleners met elkaar samen. Daardoor hoeven patiënten niet vaker dan nodig hun verhaal te doen en onderzoeken te ondergaan om sporen te verzamelen die als bewijs kunnen dienen.

,,Dat is belangrijke winst’’, zegt projectleider Gerrianne Rozema. ,,Nu krijgen slachtoffers die zich melden, te maken met zoveel instanties. Ze krijgen zo vaak die ene vraag voorgelegd: wat is er gebeurd? Dat is heel vervelend, zeker als zoiets je is overkomen.”

Negentig procent slachtoffers is vrouw

Het Centrum voor Seksueel Geweld gaat op 22 januari in het Amphia van start. Elders in Nederland bestaan al dergelijke centra. Het eerste werd in 2012 in Utrecht opgericht, inmiddels bestaan er 15. Vorig jaar melden zich 1.400 slachtoffers bij de centra. Negentig procent is vrouw, één op de drie is minderjarig.

Het werkelijke aantal slachtoffers ligt nog veel hoger, zegt klinisch psycholoog en initiatiefneemster van de centra, Iva Bicanic. Maar uit schaamte zwijgen veel slachtoffers. Dat bijna de helft van de mensen die zich wel meldt al vaker slachtoffer is geweest van seksueel geweld, verbaast haar niet.

,,Als je eenmaal slachtoffer bent geworden van aanranding of verkrachting, ga je anders reageren op prikkels. Zeker als je dat als kind is overkomen. Veel mensen ontwikkelen een negatief zelfbeeld. Dat maakt je kwetsbaar voor herhaling. Het is een van de grootste problemen in traumaland.”

Exacte locatie niet bekend

De exacte locatie van het centrum binnen het Amphia wordt niet bekendgemaakt. Het is namelijk niet de bedoeling dat iedereen er zomaar binnen kan lopen. Slachtoffers van seksueel geweld moeten het landelijke telefoonnummer 0800-0188 bellen en krijgen dan te horen waar ze naar toe kunnen. Het nummer is dag en nacht bereikbaar.

Om de kosten voor het CSG te drukken wordt straks zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het personeel in het Amphia en de expertise en inzet van de andere partners zoals Veilig Thuis. De jaarlijkse kosten voor het CSG bedragen zo’n 1,5 ton. Vanaf 2019 worden die betaald door de gemeenten in de regio.

Bron: BN De Stem

Videoclip tegen seksueel geweld: ”Als het jou overkomt”

Als onderdeel van de campagne tegen seksueel geweld, die Fonds Slachtofferhulp samen met het Centrum Seksueel Geweld voert, is op 16 oktober een videoclip gelanceerd. De videoclip ‘Als het jou overkomt’ is een bewerking van Lady Gaga’s ‘Til it happens to you’.

In het origineel, dat Gaga vorig jaar tijdens de Oscars lanceerde, onthult zij haar eigen ervaring met seksueel geweld. Haar taboedoorbrekende optreden is tot de dag van vandaag een voorbeeld voor vele anderen om over hun eigen ervaringen met seksueel geweld naar buiten te treden. Denk aan o.a. het Weinstein-schandaal dat in Hollywood speelt. Jennie Lena heeft op een indrukwekkende manier invulling gegeven aan de Nederlandse muziektrack. De beelden in de bijbehorende videoclip zijn confronterend, maar geven tegelijkertijd op een geloofwaardige manier de realiteit weer van zowel vrouwen als mannen, jong en oud, die te maken krijgen met seksueel geweld. Met de videoclip wil Fonds Slachtofferhulp samen met het CSG mensen bewust maken van de problematiek en tegelijkertijd laten zien dat deskundige hulp voorhanden is door 0800-0188 te bellen.

bel nummer CSG

Start campagne tegen seksueel geweld

Op 3 oktober 2017  start Fonds Slachtofferhulp samen met het Centrum Seksueel Geweld (CSG) een landelijke campagne tegen seksueel geweld. De gehele maand oktober staat op verschillende manieren in het teken van deskundige hulp via het Centrum Seksueel Geweld en het landelijke telefoonnummer 0800-0188 dat slachtoffers 24/7 kunnen bellen.

De campagne wordt afgetrapt met een special van weekblad VIVA waarin uitgebreid wordt stilgestaan bij de problematiek en de beschikbare hulp voor slachtoffers via het Centrum Seksueel Geweld.

In Nederland zijn jaarlijks 100.000 nieuwe slachtoffers van seksueel geweld te betreuren en wordt 1 op de 8 vrouwen ooit in haar leven verkracht. Hoewel de cijfers schrikbarend zijn en deskundige hulp voorhanden is, meldt slechts een heel klein percentage zich. Schaamtegevoelens, ‘victim blaming’, bekendheid met de dader waardoor beschuldiging erg lastig is of niet weten dat er hulp beschikbaar is, zijn belangrijke oorzaken om geen melding te doen. Terwijl deskundige hulp, bij voorkeur binnen zeven dagen na het incident, de kans op medisch en psychische problemen aanzienlijk verkleint. Bovendien vergroot dit de pakkans van de dader, doordat er dan nog sporenonderzoek kan worden gedaan.