Centrum Seksueel Geweld

Werkbezoek ministers Dekker en Grapperhaus

Vandaag hadden we de grote eer om Minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker en Minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus voor een werkbezoek te mogen ontvangen in het Centrum Seksueel Geweld (CSG). Samen met diverse genodigden gaven we inzicht in onze werkwijze en spraken we over de toekomst van het CSG.

Bij het Centrum Seksueel Geweld werkt een team van artsen, verpleegkundigen, politie, psychologen, maatschappelijk werkers en seksuologen samen om slachtoffers van aanranding en verkrachting specialistische zorg te geven. Bij voorkeur geeft het CSG binnen zeven dagen professionele hulp, omdat dit de kans op medische en psychische problemen aanzienlijk verkleint. Ook heeft de politie veel meer kans om een dader te vinden, als er binnen een week sporenonderzoek wordt gedaan. Het CSG is 24/7 bereikbaar op het telefoonnummer 0800-0188 

Eerste hulp bij verkrachtingszaken

Centrum Seksueel geweld

In het Centrum Seksueel Geweld werkt medisch personeel met de politie samen. In Eindhoven melden zich opvallend veel slachtoffers.

Op de spoedeisende hulp van het Eindhovense Catharina Ziekenhuis staat een doos, achter slot en grendel: de onderzoeksset zedendelicten. Daarin wattenstokjes, tien bakjes voor nagels met een klein schaartje, envelopjes voor de haren, een liniaal om verwondingen te meten en een grote papieren zak voor de kleren van het slachtoffer.

Sinds april vorig jaar beschikt het Brabantse ziekenhuis over een Centrum Seksueel Geweld, waar slachtoffers van verkrachting of aanranding de eerste medische hulp krijgen. Hier ontfermen vier personen zich over het slachtoffer: een gespecialiseerde verpleegkundige, een forensisch arts, een forensisch rechercheur en een zedenrechercheur. Er worden ook sporen veiliggesteld die kunnen helpen bij een mogelijke aangifte. Alleen als het slachtoffer dat wil, wordt de politie ingeseind. Er komen allerlei soorten slachtoffers langs, al zijn jonge vrouwen oververtegenwoordigd. Het centrum is ook open voor slachtoffers van seksueel geweld dat langer geleden plaatsvond.

Het Centrum Seksueel Geweld zit op zestien plaatsen verspreid door het land, zes jaar geleden werd in Utrecht de eerste opgericht. Maar in Eindhoven is iets opvallends aan de hand: in één jaar meldden zich 106 acute slachtoffers, het grootste aantal op de drie centra in de Randstad na. En dit jaar blijft het aantal meldingen stijgen: eind juli waren er 101 acute meldingen.

Waarom nu juist in Oost-Brabant zoveel meldingen zijn, is niet onderzocht. Lidewijde van Lier, die leiding geeft aan de zedenrechercheurs van de politie Oost-Brabant, legt de oorzaak niet bij een hoger aantal verkrachtingen, maar denkt dat coördinator Susanne van Gog er een grote rol in speelt: zij belt dagelijks met GGD-vestigingen, scholen, gynaecologen, huisartsen en politie. Zodat instellingen weten waar ze slachtoffers van seksueel geweld naartoe moeten sturen.

Het was wennen voor sommige agenten, zo van: dit is toch óns vak?

Lidewijde van Lier politie O.-Brabant

In het begin zorgde dat nog weleens voor irritatie. Van Lier: „Het was wennen voor sommige agenten, zo van: dit is toch óns vak? Maar toen zagen zedenrechercheurs dat er in het centrum onmiddellijk zorg is, zonder wachtlijsten.” Sinds kort bellen agenten mij op, vertelt Van Gog. „Toen dat voor het eerst gebeurde, dacht ik: nu hebben we het voor elkaar.”

Tweede vestiging

Iva Bicanic, hoofd van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld, verwacht dat Brabant-Oost dit jaar de meeste slachtoffers zal ontvangen. Ze noemt het centrum „een voorbeeld” voor andere centra. Door het hoge aantal slachtoffers wordt inmiddels een tweede vestiging in het ziekenhuis van Den Bosch overwogen. Oost-Brabant zou dan de eerste regio zijn met twee vestigingen.

Zakjes om sporen in te bewaren.

Voorheen werden slachtoffers van seksueel geweld niet goed genoeg behandeld, zegt politie-leidinggevende Van Lier. „Als een slachtoffer aangifte deed, stelden we sporen veilig. Maar de nazorg was niet goed. Terwijl het heel belangrijk is meteen medicatie aan te raden tegen hiv en slachtoffers begeleiding te geven.”

Ook in het ziekenhuis ontbrak het nodige, zegt coördinator Van Gog. „Als een slachtoffer zich bij ons meldde, moest diegene maar net geluk hebben een verpleegkundige te treffen die verstand had van het veiligstellen van bewijs.” Nu vertelt een slachtoffer niet vaker dan nodig zijn of haar verhaal en bevindt alle hulp – medisch, psychologisch en strafrechtelijk – zich op één plek.

De eerste zeven dagen na seksueel geweld zijn cruciaal, zeggen Van Gog en Van Lier. Hoe langer het duurt voordat sporen worden vastgesteld, hoe moeilijker een verkrachting te bewijzen is. En voor een slachtoffer is het belangrijk dat psychologische begeleiding en goede medicatie zo snel mogelijk worden aangeboden.

We weten dat heel veel slachtoffers zich niet melden uit schaamte

Susanne van Gog coördinator

Van Lier en Van Gog hopen dat nog meer slachtoffers zich zullen melden. „Dit is nog maar het topje van de ijsberg”, denkt Van Gog. „We weten dat heel veel slachtoffers zich niet melden uit schaamte. Ik heb niet de illusie dat die hele ijsberg hier ooit langs zal komen, maar we zien wel dat een laagdrempelige plek als dit centrum helpt.”

Tegen haar zin

Niet alle slachtoffers willen aangifte doen. Van Gog vertelt over een meisje dat tegen haar zin seks had. „Ze wist: als dat bekend wordt, kan ik zelf het slachtoffer worden van eerwraak.” Dat zijn lastige zaken, zegt ze. „Maar ik snap zo’n meisje wel.” Soms wordt later alsnog aangifte gedaan. „Ik ben ervan overtuigd dat we meer zaken kunnen oplossen doordat we snel na het misbruik starten met het opsporingsonderzoek”, zegt Van Lier.

Er blijkt ook wel eens helemaal geen sprake te zijn geweest van seksueel geweld. „Dan passen sporen bijvoorbeeld bij een val met een fiets. Dat zijn hele intense momenten: dan blijkt de grootste nachtmerrie voor ouders toch geen werkelijkheid.”

Susanne van Gog zoekt geregeld de uitspraken op van rechtszaken die het gevolg zijn van een bezoek aan het centrum. Als er een dader is veroordeeld, is ze trots op de teamprestatie. „Dan hebben we met zijn allen toch een goed onderzoek neergezet.”

Lees het artikel hier.

Babette Rens

Zedenrechercheur Babette Rens zwemt voor het Centrum Seksueel Geweld

Zedenrechercheur maakt hoofd leeg door te zwemmen

Babette Rens uit Zwolle zwemt graag. Als ze dat kan combineren met het goede doel, hoeft de zedenrechercheur niet lang na te denken. Op 15 augustus gaat ze het IJsselmeer over voor het Centrum Seksueel Geweld. Lees meer hier.

Aantal meldingen seksueel geweld Brabant-Oost blijft maar stijgen; Jeroen Bosch Ziekenhuis wil helpen

DEN BOSCH – Het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch voelt zich ‘maatschappelijk verantwoordelijk’ om een extra locatie te openen waar slachtoffers van seksueel geweld zich kunnen melden en laten onderzoeken.

Scenes uit BNN serie ‘Verkracht of niet’

Afgelopen November zond BNN de serie ‘Verkracht of niet’ uit. (Bron: BNNVARA)

Geraldine Kemper en Tim Hofman kijken in elke aflevering met een panel van veertien jongeren naar op waarheid geïnspireerd drama.

Wanneer is seksueel gedrag acceptabel en waar ligt de grens? Wilden ze dit allebei wel of werd een van beiden onder druk gezet? Heeft er iemand spijt en wat betekent dat dan? Deze vragen staan centraal in de discussie tussen 7 meisjes en 7 jongens in een villa in Baarn.

De uitzendingen zijn tot stand gekomen met medewerking van Centrum Seksueel Geweld, het OM, de Politie, enkele advocaten, Rutgers en Slachtofferhulp. Zij waren onder andere betrokken bij de keuze van de verhalen en de discussies in het huis.

Twee van de scenes zijn opgenomen bij de Centrum Seksueel Geweld vestiging CSG Noord-Holland.

 

Via bovenstaande player is de scene te bekijken waarin wordt ingegaan op het informatief gesprek met het slachtoffer.

De scene waarin het sporenonderzoek wordt getoond is hier te bekijken.

 

© BNNVARA Juni 2018

 

 

 

Artikel in het AD: Vrouwen zoeken vaker én eerder hulp na verkrachting

Op AD.nl aandacht voor het Centrum Seksueel Geweld in een artikel van David Bremmer:

 

Vrouwen zoeken vaker én eerder hulp na verkrachting

Slachtoffers van aanranding en verkrachting zoeken steeds vaker én sneller hulp. Mede door alle publiciteit rond het #MeToo-schandaal kregen de vijftien Nederlandse rape centers vorig jaar een derde meer aanloop…

Lees het volledige artikel op AD.nl

 

Datum: 25 – 06 – 2018

Tekst: David Bremmer

Beeld: Uit een video van het Fonds Slachtofferhulp over seksueel geweld. © Fonds Slachtofferhulp

jaarverslag van het centrum seksueel geweld

Stijging cijfers van het Centrum Seksueel Geweld

Persbericht 25 juni 2018

Stijging cijfers van het Centrum Seksueel Geweld  

Uit het jaarverslag van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) blijkt dat acute slachtoffers van aanranding en verkrachting zich in toenemende mate bij het CSG melden. Vergeleken met 2016 is er in 2017 sprake van een stijging van 33%. Vorig jaar meldden zich gemiddeld 3 acute slachtoffers per dag, waaronder 1 kind. 8% van de slachtoffers zijn jongens en mannen.

Sinds januari bestaat het Centrum Seksueel Geweld (CSG) in 16 regio’s. Het is dé plek voor kinderen en volwassenen die korter dan 7 dagen geleden een aanranding of verkrachting hebben meegemaakt. In deze periode – ook wel de gouden week genoemd – liggen kansen op medisch, forensisch en psychologisch vlak. Door de nauwe samenwerking in het CSG tussen politie, (forensisch) artsen, verpleegkundigen en psychologen worden deze kansen optimaal benut. Slachtoffers die geen contact met politie willen kunnen ook in het CSG terecht, net als mensen die langer dan 7 dagen geleden zijn misbruikt. In 2017 meldden zich 1103 acute slachtoffers en 1521 niet-acute slachtoffers, met een piek in oktober tijdens #Metoo en de campagne periode.

Iva Bicanic, landelijk coördinator: “De neiging van slachtoffers is om direct na een aanranding of verkrachting te gaan douchen en erover te zwijgen. Ze hebben vaak last van angst, schuld en schaamte en beseffen zich mogelijk onvoldoende dat er in die eerste week kansen liggen voor hun gezondheid, de verwerking en het doen van aangifte. Onze schatting is dat wij nu maar 2% van het totaal aantal acute slachtoffers zien. Het is belangrijk dat meer mensen ons weten te vinden. Elk CSG is 24/7 bereikbaar via het gratis nummer 0800-0188. Zo kunnen we slachtoffers in een vroeg stadium helpen. Hulp binnen zeven dagen verkleint de kans op medische en psychische problemen”.

Yet van Mastrigt, zedenexpert bij het Landelijk Programma Zeden, Kinderpornografie, Kindersekstoerisme, is het eens met Bicanic over de voordelen van snel melden: “De politie heeft veel meer kans om bewijsmateriaal te vinden als er binnen een week sporenonderzoek wordt gedaan. Bij de helft van de acute slachtoffers in het CSG doen we forensisch-medisch onderzoek met als doel sporen veiligstellen en letselduiding”.

Het eerste CSG is begin 2012 opgericht. Sindsdien zijn er steeds meer regionale samenwerkingsverbanden opgericht met financiering van het Fonds Slachtofferhulp, de gemeenten, de (lagere) overheden en regionale samenwerkingspartners. Begin 2018 is het laatste CSG geopend, waarmee de landelijke uitrol naar 16 regio’s compleet is.

Einde persbericht

Voor het jaarverslag: https://www.centrumseksueelgeweld.nl/over-ons/jaarverslag2017/

Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met: 

Iva Bicanic, landelijk coördinator

i.a.e.bicanic@umcutrecht.nl

088-7554113

 

Cijfers Centrum Seksueel Geweld in LINDA. April 2018

(Bron: LINDA.)

‘TIJD VERSPILLEN IS GEEN OPTIE’

Sinds Iva Bicanic bij een keuzevak aan de VU hoorde wat seksueel geweld met kinderen doet, zet de klinisch psycholoog en bewegingswetenschapper zich vol in voor slachtoffers. Als initiatiefnemer en coördinator van het Centrum Seksueel Geweld bijvoorbeeld, waar slachtoffers in zestien regio’s terecht kunnen. Ook werkt ze als therapeut, docent en onderzoeker. Rond #MeToo was Bicanic als deskundige veel in de media.

‘Ik heb er dubbele gevoelens bij. Aan de ene kant ben ik blij dat het onderwerp bespreekbaar is gemaakt en slachtoffers durven op te staan om hun verhaal te doen. Aan de andere kant heeft de discussie niet laten zien hoe omvangrijk en schadelijk seksueel misbruik is. Een ander minpunt is dat vooral één bepaalde groep in het nieuws kwam: volwassenen die bij elkaar over de grens gaan, vaak in werk- en uitgaansituaties. Slachtoffers onder kinderen, allochtonen, mannen en LHBT’ers zijn nauwelijks in beeld gebracht.’

‘#MeToo heeft zelfs geleid tot suïcidepogingen’

‘Ook was de discussie voor veel patiënten moeilijk. De meesten proberen alles te vermijden wat ze herinnert aan het misbruik, maar dat was onmogelijk toen #MeToo zo actueel was. Voor deze mensen liep de spanning behoorlijk op. Dat heeft zelfs geleid tot suïcidepogingen. Mensen die in de media hun verhaal doen, worden ‘moedig’ genoemd. Alsof de andere slachtoffers dat niet zouden zijn. Voor sommigen is dat kwetsend, vertellen ze me. Voor hen is zwijgen vaak de enige manier om te kunnen functioneren.’

Kregen jullie meer aanmeldingen bij de Centra Seksueel Geweld sinds #MeToo? ‘Ja en nee. Er hebben zich wel meer slachtoffers gemeld die jaren geleden zijn misbruikt en dat nu eindelijk durfden te melden. Maar voor recente slachtoffers lijkt de drempel om zich te melden helaas even hoog gebleven. Al met al vind ik dat we er met #MeToo niet in zijn geslaagd om duidelijk te maken hoe ernstig seksueel misbruik is. In omvang en in impact. Het maakt levens kapot.’

Hoe ben je gegrepen door het onderwerp seksueel geweld? ‘Ik wilde eerst kinderarts worden. Maar ik werd drie keer uitgeloot bij geneeskunde. Ik besloot bewegingswetenschappen te doen. Ik volgde een keuzevak kindermishandeling en seksueel misbruik, gegeven door de hoogleraren Francien Lamers-Winkelman en Herman Baartman. Al bij het eerste college voelde ik een sterke aantrekkingskracht tot het onderwerp. Ik ben zelf beschermd opgevoed en de verhalen die ik hoorde grepen me aan. Tegelijk voelde ik een motivatie om iets te gaan doen. Het werd een fascinatie: vanaf deze colleges las ik álles over het onderwerp. En ik liep stage bij Francien. Zij is een grote inspiratiebron voor mij geweest.’

Wat heb je van haar geleerd? ‘Ik vind dat ze me in mijn vak heeft opgevoed. Dat is niet overdreven: uiteindelijk heb ik bijna tien jaar voor haar gewerkt en heeft ze veel invloed gehad op hoe ik nu zelf werk. Mensen die haar kennen, valt het op dat ik op dezelfde manier redeneer als zij.

‘Ze heeft me vooral geleerd echt achter slachtoffers te staan. Francien ging daar nog veel verder in dan ik: zij heeft voor haar patiënten rechtszaken geriskeerd. Ook leerde ze me om directief te zijn, zowel in gesprekken met slachtoffers als professionals. Je moet zorgen dat slachtoffers de hulp krijgen die ze nodig hebben om te herstellen. Tijd verspillen is geen optie: ook al gaat het om een gevoelig onderwerp, om de zaken heen draaien kan niet. Veel professionals weten niet dat een onbehandeld trauma het risico op herhaling verhoogt.

‘Ik heb geen lezing gemist, wilde alle kennis opslurpen’

‘Francien bood me ook veel kansen. Na mijn stage bij haar kreeg ik een onbetaalde werkervaringsplek. Als vergoeding mocht ik jaarlijks naar een congres over kindermishandeling in San Diego, Californië. Alle onderzoekers van wie ik artikelen had bestudeerd, kwamen daar. Ik heb geen lezing gemist, wilde alle kennis opslurpen. Daar is het idee achter het huidige Centrum Seksueel Geweld ontstaan: één locatie waar medische, forensische en psychologische disciplines nauw samenwerken. Dat soort centra hadden ze in San Diego al. Die beginperiode is bepalend geweest voor de rest van mijn loopbaan.’

Inmiddels ben je ruim twintig jaar verder. Hoe verklaar je dat je je nog steeds zo vol voor dit onderwerp inzet? ‘Als je – zoals ik – dagelijks ziet hoe misbruik levens kapotmaakt, dan voel je de noodzaak om bezig te blijven. In die zin voel ik me wel op een missie. Daarbij is mijn werk aantrekkelijk door de veelzijdigheid ervan en krijg ik er veel voor terug. Patiënten helpen herstellen en vakgenoten inspireren met kennis, dat stemt me vrolijk.

‘Daarnaast ben ik ook iemand met veel enthousiasme en passie. Daarin lijk ik op mijn vader. Hij deed als natuurkundige iets heel anders, maar ook hij was verliefd op zijn vak. Hij doceerde aan de universiteit én organiseerde congressen, leidde jonge mensen op, deed onderzoek en schreef publicaties.’

Ook jij combineert verschillende functies, én je bent heel actief op social media. Hoe doe je dat? ‘Dat is best lastig. Nu ik regelmatig in de media ben, word ik door sommige mensen gezien als een spokeswoman voor slachtoffers van misbruik. Ik krijg dagelijks berichtjes via Twitter of LinkedIn van mensen die vragen stellen of hun persoonlijke verhaal willen delen. Te veel om in één werkdag te beantwoorden.

‘Sinds het overlijden van mijn vader ben ik meer bij mijn gezin en vrienden’

‘Ik was al enige tijd bewust mijn focus op werk aan het verminderen. Het overlijden van mijn vader in februari heeft dat veranderproces verder versterkt. Werk moet zinvol zijn, maar het moet me niet volledig in beslag nemen. Ik ben nu meer bij mijn gezin en vrienden. De balans blijft wel een uitdaging. Als mensen mijn hulp vragen, vind ik het moeilijk om nee te zeggen. Hun vertrouwen is vaak al aangetast door het misbruik. En ik zal de laatste zijn om het verder te beschadigen.’ 

Wat zijn je toekomstplannen? ‘Ik wil allereerst zorgen dat er structurele financiering komt voor de landelijke kosten van het Centrum Seksueel Geweld. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie geeft subsidie voor 2018, maar ook daarna blijft het hard nodig. Daarnaast wil ik graag verder met onderzoek. Belangrijk, omdat bij zo’n dertig procent van de slachtoffers de huidige traumabehandeling niet aanslaat.

‘Ook wil ik verder gaan met waar ik in San Diego mee begonnen ben: van andere landen leren over de aanpak van seksueel geweld. Ik denk aan een sexual assault tour door Europa, om te inventariseren hoe disciplines daar met elkaar samenwerken en wat ze doen aan preventie en behandeling. Dat lijkt me erg inspirerend. Die good practices kan ik dan meenemen naar Nederland. Voor het Centrum Seksueel Geweld was Californië een belangrijk voorbeeld, net als trouwens Scandinavië, maar ook van andere landen kunnen we nog veel leren.’


> Subsidie gezocht 
Om haar sexual assault tour te kunnen financieren, zoekt Iva Bicanic subsidiegevers. Wil je de zorg voor slachtoffers in Nederland helpen verbeteren met inspiratie uit het buitenland? Neem dan contact met haar op: i.a.e.bicanic@umcutrecht.nl.

CV Iva Bicanic

Iva Bicanic (1972) studeerde bewegingswetenschappen en psychologie aan de VU. Nu is ze klinisch psycholoog en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ook is ze landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld: waar slachtoffers direct na het misbruik terecht kunnen op zestien locaties in Nederland. Politie, verpleegkundigen, artsen en psychologen werken er nauw samen. Daarnaast promoveerde Bicanic in 2014 op het onderwerp verkrachting.

Tijdens de #MeToo-discussie was Bicanic veel in het nieuws, om vooroordelen over misbruik aan te kaarten en uit te leggen wat seksueel geweld met slachtoffers doet. Zo was ze te zien in het BNN-programma Verkracht of niet? en verschillende radioprogramma’s en talkshows.

1984 Stedelijk Gymnasium te Nijmegen |1991 Geneeskunde aan de Universiteit Leuven | 1992 bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam | 1998-2002: psychologie aan de VU | 1995 stage, werkervaringsplek en in 2003 psychomotorisch therapeut bij het Kinder- en Jeugd Traumacentrum van Francien Lamers-Winkelman in Haarlem | 2003 in opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog aan de afdeling Medische Psychologie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis | 2006 behandelaar in het Landelijk Psychotraumacentrum, vanaf 2011 hoofd | 2014 PhD behaald aan de Universiteit Utrecht: Psychobiological correlates of rape in adolescent girls | 2012-heden: landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld | 2016 opleiding tot specialist klinisch psycholoog afgerond | 2017 onderscheiden met de Jaap Chrisstoffels Penning voor haar inzet voor getraumatiseerde kinderen.

Lees het hele artikel hier.

Iva Bicanic over victim blaming

Iva Bicanic geeft uitleg over Victim Blaming

Tekst: Iva Bicanic

 

Zwijgen

Het is best zeldzaam als iemand je uit zichzelf toevertrouwt dat zij of hij te maken heeft gehad met seksueel geweld. De meeste mensen die seksueel misbruikt zijn, stoppen namelijk hun herinneringen weg en delen hun verhaal niet uit angst, schuld en schaamte. Ze zijn vaak bang dat de omgeving hen anders gaat behandelen, waardoor relaties of vriendschappen veranderen. Mensen hebben behoefte aan erkenning voor wat ze doorstaan hebben, maar willen niet gezien worden als zielig slachtoffer.

 

Moeten slachtoffers vertellen?

In de #metoo periode leek het alsof iedereen met zijn of haar ervaringen naar buiten moest komen, en alsof slachtoffers die durven te praten sterker of moediger zijn dan mensen die er niks over zeggen. Maar uit onderzoek blijkt dat het niet per se beter gaat met mensen die openlijk verteld hebben over het misbruik vergeleken met mensen die zwijgen. Vertellen kan helpend zijn, als je een steunende reactie krijgt van je omgeving. Maar als je na een onthulling de schuld in de schoenen geschoven krijgt (victim blaming) of niet geloofd wordt of andere negatieve reacties krijgt, dan kan dat juist schadelijk zijn voor het slachtoffer. Dat is bijvoorbeeld het geval als de ‘ontvanger’ van de boodschap helemaal niks zegt, wegkijkt of snel van onderwerp verandert om het gesprek te ontlopen.

 

Ik geloof je

De grootste behoefte na een onthulling is steun en geloofd worden. Laat daarom als ontvanger weten dat je het naar vindt voor de ander, zie het delen als een uiting van vertrouwen en vraag wat je voor de persoon kunt doen of betekenen. Jouw reactie voorspelt in belangrijke mate hoe iemand herstelt van ervaringen met seksueel misbruik. In het geval van psychische klachten als gevolg van de traumatische ervaringen, kun je helpen bij het zoeken naar traumabehandeling zoals EMDR of cognitieve gedragstherapie. Bij lichamelijke klachten kan de huisarts het beste worden ingeschakeld. In geval van acuut seksueel geweld, korter dan één week geleden, dan kan het Centrum Seksueel Geweld worden gebeld. Daar werkt de politie samen met verpleegkundigen, artsen en psychologen om sporen veilig te stellen en acute medische en psychologische zorg te geven. Ook als iemand geen contact wenst met politie, is het Centrum Seksueel Geweld de aangewezen plek voor slachtoffers van een recente aanranding of verkrachting. Via het gratis nummer 0800-0188 word je verwezen naar één van de 16 locaties verspreid over het land.

 

Zelf vragen

Sommige mensen vinden het ‘not done’ om rechtstreeks te vragen naar negatieve, seksuele ervaringen. Persoonlijk denk ik dat het OK is als mensen binnen een vriendschap of een relatie elkaar bevragen over ervaringen met seksueel geweld. Na #metoo kan niemand er meer omheen dat seksueel geweld bestaat. Maar je mag natuurlijk altijd nee antwoorden op de vraag, ook als het eigenlijk ja is. Iedereen heeft tenslotte recht op een geheim. Maar als je de vraagt stelt, wees dan oprecht bereid om te geven wat iemand zelf nodig heeft en om niet te oordelen. Want slachtoffers veroordelen zichzelf al meer dan goed voor ze is.